Ik ben het boek ‘Ongetemd Leven’ van Glennon Doyle aan het lezen. 

Het boek is nog niet uitgelezen maar wat ik al heb gelezen, vind ik prachtig.

Voor mij ligt de waarde van dit boek in de kunst om diepe, abstracte processen betreffende de innerlijke ontwikkeling heel mooi en accuraat te verwoorden.

 

Op p. 62 staat er dergelijke beschrijving. Het is een beschrijving  die mij raakt omdat het de kern omschrijft van wat er innerlijk gebeurt als je de durf hebt om jezelf te ontwikkelen. 

Bovendien geeft het heel goed de symboliek van de feniks, het symbool van mijn praktijk, weer.

 

Ik wou deze passage volledig weergeven en had dan ook eerst gedacht om deze voor te lezen en je te laten horen. 

Maar na wat googlen over wat mag en niet mag inzake auteursrechten wil ik het risico van een boete niet lopen 😊. 

 

Heb je het boek liggen of kan je het verkrijgen via de bib zou ik zeggen: lees het zeker.

Maar heb je het niet dan wil ik hier, weliswaar als plan B, proberen te omschrijven wat mij in deze passage zo treft. 

 

 

 

Glennon omschrijft dat je pijn kan gebruiken om te worden. 

“Leven is constant ontwikkelen. Of ik het nu leuk vind of niet, pijn is de brandstof voor die ontwikkeling”

Ze vergelijkt het leven met de alchemie (de voorloper van de scheikunde) waarbij de pijn dient als het vuur om goud te maken. 

Onze maatschappij gaat er vanuit dat we deze pijn niet mogen voelen. Dat we deze pijn het best verdoven met allerlei consumptiegedrag maar dat alle spirituele leiders zeiden ‘ga de pijn niet uit de weg’. Zoals Boeddha die zijn luxueuze leven achterliet, Mozes die zwierf in de woestijn en Jezus die gekruisigd werd.

“Eerst komt de pijn, dan het wachten en dan de herrijzenis”.

 

Lijden ontstaat enkel wanneer we willen herrijzen zonder de pijn.

Niet de pijn is het probleem maar het lijden en het lijden ontstaan wanneer we de pijn willen vermijden en daardoor onze eigen ontwikkeling mislopen.

Glennon vertelt dat pijn niet tragisch is maar magisch. 

“Want waar ik echt veel banger voor ben dan voor pijn, is dat ik mijn hele leven zou leven zonder te worden”.

 

Als gevolg van deze visie ‘splits’ ze zichzelf in twee wanneer ze met pijn wordt geconfronteerd.

“De ene ik voelt zich wanhopig en angstig, de andere ik is nieuwsgierig en opgewonden”.

Het tweede deel weet dat als je de pijn voelt en wacht, de herrijzenis komt.

“Elke dag herinnert het me eraan mezelf tot as te laten verbranden en als nieuw te herrijzen”. 

 

 

Wauw! 

Hoe mooi kan zij dit proces verwoorden!

Hoe treffend en zo gelijkend aan hoe ik dit proces voel.

En wat een mooie duiding over wat religie ons eigenlijk wil vertellen!

 

En wat doet dit fragment met jou? 

Ik ben benieuwd of het bij jou ook zo resoneert zoals bij mij? 

Laat je het mij even weten?