Ongeveer een maand geleden schreef ik dat ik vanaf nu ongecensureerd zou zijn. 

Mij tonen zoals ik ben. Uit te komen voor mijn visie. Mij niet meer te verschuilen achter gemakkelijke of grappige antwoorden, niet meer na te denken hoe ik iets zou formuleren zodat ik de minste weerstand zou krijgen. 

 

Recentelijk kreeg ik een reactie dat ik téveel vertel. Dat ik téveel toon van mezelf. Dat ik mij té kwetsbaar opstel. 

Dat deed mij eerlijk gezegd even slikken. 

Ik vroeg mij af ‘klopt dit?’.

Deel ik teveel van mezelf? Toon ik mij teveel? Stel ik mezelf te kwetsbaar op? 

En automatisch dacht ik ‘wat denken andere lezers hiervan?’. 

De ‘stille’ lezers, de mensen die niet reageren (en als jij een stille lezer bent, voel je daardoor niet aangevallen hé, ik vind het helemaal prima hoor dat je leest en je laat inspireren maar niet reageert, dat doe ik voor 90% van wat ik lees ook 😀).

Die reactie zette mij echter aan het denken. En het zorgde voor een knoop in mijn maag. 

Moet ik dan terug naar de gesloten therapeut? Het blanco blad van wie men als cliënt in de heel strikte visies niet eens mag weten of hij of zij getrouwd is en wel of geen kinderen heeft. 

 

Ik geef al vijftien jaar voltijds therapie in mijn eigen praktijk. Het is echter nog maar sinds begin dit jaar dat ik zichtbaar ben op sociale media. 

Elke maandag schrijf ik mijn nieuwsbrief, elke woensdag deel ik een quote, op vrijdag schrijf ik een artikel en dinsdag en donderdag maak ik vaak een verhaal op FB en Instagram of er komt een filmpje of nog een artikel. 

 

De allereerste quote die ik deelde, is van Leonardo Da Vinci (hoe kan het anders 😀?). 

De quote luidt ‘One can have no smaller or greater mastery than mastery of oneself’.

Omdat ik in het begin nog wat schrik had voor die zichtbaarheid, deelde ik enkel de quote zonder verdere uitleg. Daarna schreef ik bij een gedeelde quote wat uitleg waarom dit voor mij een belangrijke quote is. En nu moet ik mij inhouden om bij elke quote geen volledig artikel te schrijven 😀. Weer een voorbeeld dat verandering stap voor stap gaat en dat je jezelf daarin de tijd mag geven, zonder iets te forceren. 

 

Omdat ik toen geen uitleg gaf bij deze quote van Da Vinci wil ik dat nu wel doen.

Vorige week schreef ik een artikel over mijn verlangen naar authentieke verbinding en mijn bekeringsdrang.

Zolang als ik mij kan herinneren, wil ik de wereld verbeteren. 

Ik ben altijd ‘op missie’, als het ware 😀.

Mijn focus op ‘echtheid’ en ‘verbinding met alles en iedereen’ is er altijd geweest. Het onderwerp en de manier waarop varieert naargelang de levensfase waar ik in zit. 

 

Toen ik kind was, wou ik alle dieren redden. Ik huilde uren omdat een vogeltje op het dak in de schouw terechtkwam en dus in onze kachel neerkwam. Als je kikkerbillen at in mijn gezelschap maakte ik een scene. En uiteraard wou ik dierenarts worden. 

 

Als jonge vrouw wou ik vooral bewijzen dat vrouwen evenwaardig zijn aan mannen. 

Ik deed dat echter ‘nogal mannelijk’ laat ons zeggen. Nu besef ik dat ik als vrouw net door middel van mijn vrouwelijkheid kan opkomen voor de rechten van de vrouw en juist niet door als vrouw ‘één van de mannen’  te zijn. 

 

Later werd ik politiek actief en zetelde ik in de gemeenteraad. 

Ook de fase van het minimalisme passeerde de revue. Tot grote ergernis van mijn man 😀.

En als psycholoog - psychotherapeut is het mijn missie om hulp te bieden aan gedreven vrouwen die het beu zijn om zichzelf in de weg te staan. 

 

Echte verbinding kunnen maken vanuit authenticiteit. 

Verbinding met jezelf, verbinding tussen jezelf en anderen maar ook tussen anderen onderling. 

Dat is mijn passie, mijn drijfveer.

Dat weet ik allang en ik weet ook hoe dit is ontstaan (dat is het voordeel van therapie volgen 😉). 

 

Maar het is ook mijn valkuil. 

Ik ben er oprecht van overtuigd dat dit de wereld en de mensheid zoveel kan opbrengen dat ik wil ‘bekeren’. Het missionaris-syndroom zeg maar. 

Ik kan niet begrijpen dat er mensen zijn (en dat zijn er helaas behoorlijk wat) die dit niet willen. 

Dat je niet weet hoe, dat begrijp ik (en ik kan het jou leren). 

Dat je niet durft, dat begrijp ik ook (en ook daarbij kan ik je helpen). 

Maar dat je niet wil? Nee, dat gaat er bij mij niet in.

Doordat ik dit niet begrijp, doe ik oprecht alle moeite om mensen hierbij te helpen (te bekeren dus) en dan word ik op mijn hart getrapt. Dan voel ik mij afgewezen. En stom. Dan word ik zelfs verweten met zaken bezig te zijn uit een sprookjeswereld. Niet realistisch. 

En dan word ik boos. Wil ik niets meer doen. Kan iedereen zijn plan trekken. 

Maar na een tijdje voel ik mij dan schuldig. Trekt mijn bekeringsdrang weer aan mij. Dan wil ik het opnieuw proberen en begint alles weer van voor af aan. 

 

En zo ontstaat mijn patroon. En word ik telkens gekwetst en kom ik geen stap verder. 

En zo werkt het bij iedereen. Iedereen heeft een drijfveer (of je het nu weet of niet). Door die drijfveer heeft iedereen een valkuil en zit men dus vast in een patroon. 

 

Hoe kan je dit veranderen? 

 

Op 23 juni nam ik deel aan het Feminine Leadership Event van Suzanne Beukema. 

Misschien heb je de foto’s gezien op mijn Instagram-account (indien niet, je kan mij onder de naam Psyfero ook volgen via dit kanaal voor de nodige inspiratie). 

Vandaag wil ik, zoals toen gezegd, mijn belangrijkste inzicht hiervan delen. 

Dit is met name de volgende quote:

“If you don’t own your shadows, they will own you”. 

Een woordje uitleg.

 

Twintig jaar lang wou ik naar New-York. 

Het is een stad waar ik veel over heb gelezen, documentaires over heb gezien en zelfs een puzzel van heb gemaakt 😀.

Wat je ziet op de foto bij dit artikel, is het achtergrondscherm dat al een hele tijd op mijn gsm staat. Het is de skyline van New-York waarop ik zelf heb geschreven ‘I will make it’. 

Daarmee drukte ik mijn verlangen uit om naar New-York te gaan. 

Er ging een enorme aantrekkingskracht uit van deze stad op mij.

Ik had echter geen idee waarom. 

De stad sprak mij enorm aan. En de idee om vanuit het vliegtuig het vrijheidsbeeld te zien, ontroerde mij telkens opnieuw. 

 

Om mijn website en Facebookadvertenties te optimaliseren heb ik foto’s nodig. 

Professionele foto’s met een mooie styling en make-up. 

Foto’s die ik dus niet heb.

En hoewel mijn reptielenbrein roept ‘ik ga echt niet voor een camera staan’ en ‘ik plak niet op foto’, moet ik toegeven dat ik dit nu wel overweeg. 

 

Enkel en alleen voor de praktijk? Ja en nee. 

Ja, omdat ik meer zichtbaar wil zijn en dat graag op een goede manier wil doen. 

Nee, omdat het ook gaat om een stap in mijn persoonlijk groeiproces.

 

Onlangs zat ik naar de show ‘Relatable’ van Ellen DeGeneres te kijken. 

Daarin vertelt ze over het moment waarop ze haar eerste eigen komische stukje schreef. 

Ze woonde toen in een kelder waar je nauwelijks kon recht staan en sliep op een matras op de grond tussen de vlooien. 

Het stukje gaat over een telefoongesprek met God (benieuwd? zoek even naar ‘Phone call to God’).

Op dat moment beseft ze wat ze wil doen in haar leven en ze belooft zichzelf als eerste vrouwelijke stand-up comedian in de geschiedenis naast Johnny Carson (één van de meest populaire tv-sterren) te zitten in ‘The Tonight Show’ (een kijkcijferkanon).

Zes jaar later zit ze er!

 

Het zoveelste voorbeeld van de Amerikaanse droom? 

Voor ons, kleine Belgen, niet realistisch? 

‘Doe maar normaal, dan doe je al gek genoeg’? 

‘Blijf maar met jouw voetjes op de grond’? 

Ook grootgebracht binnen deze mentaliteit? 

 

‘Wees dankbaar voor wat je hebt’. Ik heb het vaak gehoord van mijn ouders. En jij waarschijnlijk ook. 

En hoewel ik het haatte toen ze dat zeiden tegen mij, betrap ik mezelf erop dat ik het nu ook zeg tegen mijn zonen. En zij haten het evenzeer als ik toen 😀.

Maar ik weet dat mijn zonen dit later ook zullen zeggen. 

Het is iets, zoals zoveel zaken, dat we overnemen van onze ouders. 

Maar waarom zeggen we het?  Het is een wijze les maar waarom? 

 

Vorige zomer was ik met mijn gezin op reis in Frankrijk (yep, als je niet meer op reis kan dan begin je te mijmeren over voorbije reizen). 

 We gingen toen ook naar de haven van Larros, een plaats gekend voor zijn oesters.

We bezochten het mooie oestermuseum en er waren ook allerlei restaurantjes die degustatiemenu’s aanboden van soorten oesters in combinatie met verschillende wijnsoorten. 

 Zowel mijn man als mijn twee zonen bestelden een dergelijk degustatiemenu.

Omdat ik een aantal jaar geleden besliste om veganistisch te gaan eten (geen dierlijk producten meer), eet ik geen oesters meer. Hoewel ik graag oesters eet. Het is niet omdat je beslist iets niet meer te eten dat je dit ook plots niet meer lust. 

Er stond echter niets anders op de kaart!

En ik had honger! En die oesters zagen er zo smakelijk uit (ik weet het, er zijn personen die dit nu lezen en  ‘smakelijk’ en ‘oester’ niet in dezelfde zin kunnen zien 😀 maar hé, ik wel) en mijn mannen wilden persé de oesters proeven (wat ik dus begreep).

Gelukkig hebben de Fransen de gewoonte om brood en water op tafel te zetten en dus werd ik letterlijk op water en brood gezet!

Nu kon ik twee zaken doen: ofwel mijn principe aan de kant zetten en ‘voor deze ene keer’ toch oesters eten of mij aan mijn beslissing houden en droog brood eten. 

Ik koos voor het laatste. Maar ik kan jou verzekeren: ik heb strijd moeten leveren met mijn eigen hoofd. 

 

Vijftien jaar geleden ontving ik mijn eerste cliënt. En, geloof me, jouw eerste lief vergeet je nooit maar jouw eerste cliënt ook niet 😀. 

Vijftien jaar lang heb ik aan de weg getimmerd. En dat heb ik grotendeels alleen gedaan. 

Kon ik dan geen hulp krijgen? Jawel. Samenwerkingsverbanden werden mij voorgesteld en mensen lanceerden goede ideeën. Maar ik wou het alleen doen! Ikke doen, weet je wel 😉.

Het o zo goed willen doen. Op elk vlak. Niet plooien. Alle ballen in de lucht willen houden. 

Perfect willen zijn. En koppig zijn. En radicaal zijn. 

Heb ik daar uiteindelijk de tol voor betaald? Ja, absoluut!

 

Ik hou van puzzelen. 

Ieder stukje dat past, geeft mij een gevoel van voldoening. ‘Yes, weer eentje gevonden’. 

Soms voel ik ook verwondering omdat een stukje ergens past waar ik het niet had verwacht. 

En soms frustreer ik mij. Als ik een half uur op de puzzel zit te kijken maar niets vind. Dan moet ik even iets anders doen. Even afstand nemen. Als ik dan na een tijdje terug naar de puzzel kom, dan zie ik weer een paar stukjes. 

Soms komt dat ‘zien’ ook ineens. Dan kan ik tien stukjes na elkaar leggen. 

En als de puzzel af is, doe ik een vreugdedansje en kijk ik vol trots naar mijn werk. 

 

Maar wat is een puzzel eigenlijk? 

Een puzzel is een verzameling losse stukjes die een geheel vormen. Alleen moet je zelf uitvinden hoe de stukjes dit geheel vormen. Er komt geen handleiding bij. Maar dit zelf uitvinden, is nu net wel het plezier van het puzzelen. 

Orde scheppen in de chaos. Mijn favoriete bezigheid 😀 .

Terwijl ik dit schrijf, zit ik bij een open raam want ik hou van de wind. Weliswaar onder een deken, want ik hou van de wind maar niet van het gevoel koud te hebben 😀. 

Ik hou niet alleen van het geluid van de wind maar ook van het gevoel. In zo’n weer ga ik graag wandelen. En aan zee zijn terwijl het waait, vind ik fantastisch. 

Waarom? Geen idee. 

Misschien denk je nu aan zaken zoals ‘eens lekker uitwaaien’ of ‘je hoofd leegmaken’.

Maar voor mij voelt het als iets meer. Iets diepers, als het ware. Alsof ik, als het waait, heel duidelijk voel dat ik verbonden ben met het universum. 

Klinkt dat zweverig voor jou? Of herken je dit? 

Dat je op bepaalde momenten zo’n onderbuik-gevoel hebt waardoor je iets gewoonweg weet. Een weten waar geen woorden aan te geven zijn. Geen verklaring. Je voelt gewoon dat dit zo is. 

Groeien als persoon. Innerlijke groei. 

Het zijn veel gebruikte woorden. Maar het zijn holle woorden als je niet weet hoe dit te doen. 

Letterlijk groeien gaat vanzelf. Daar hoeven we niet bij stil te staan. Niemand heeft ooit in zijn leven gedacht ‘vandaag ga ik eens 5 cm groeien’ (misschien hebben sommigen het wel gewenst 😀).

Letterlijke groei kan je ook niet tegenhouden. Iedereen heeft wel eens een boom gezien die zich in een hele rare bocht heeft gewrongen om toch maar door te kunnen groeien. 

Maar innerlijk groeien? Hoe doe je dat? Gaat dit ook vanzelf? 

Innerlijk groeien gaat niet vanzelf. In tegenstelling tot letterlijk groeien moet je daar wel zelf aan werken. 

Hoe dan? Door uit jouw comfortzone te komen.

Nu vervang ik het ene holle woord door het andere natuurlijk. 'Innerlijke groeien doe je door uit jouw comfortzone te komen’. Het is een mooie slogan maar het zegt nog altijd niets. 

Ik leg het verder uit. 

Op vrijdagavond kijk ik naar Temptation Island. 

Het sensatiegehalte van dergelijke programma’s moet hoog zijn (dat is ook de reden waarom we kijken toch?) dus ik erger mij meestal niet aan wat er gebeurt. Ik stel er mij ook geen kritische vragen bij maar laat het gewoon over mij heen komen. Anders hoef ik niet te kijken toch? 

Maar nu was er vorige vrijdag toch iets waar ik iets over wil zeggen. 

Ik zet mij aan de livingtafel met als doel een artikel te schrijven. Het wordt een artikel over ‘toewijding’. 

Mijn jongste zoon zit schuin tegenover mij aan de livingtafel.  Hij is zijn schema aan het opstellen voor deze pre-teaching week.  Achter de livingtafel zit mijn man aan mijn bureau (yep, ik heb het moeten afstaan 😀) te werken. 

Mijn zoon praat over zijn opdrachten. Mijn man is aan het videobellen met zijn collega. En mijn oudste zoon komt naar beneden om zijn wiskunde hoofdstuk af te printen. 

Wat een kakofonie! 

Terwijl ik op vragen van mijn zoon antwoord, het gesprek van mijn man opvang en het rare gereutel van de printer hoor (er is precies iets mis mee, straks gaat dat ding nog kapot, schiet er door mijn hoofd) schrijf ik een aantal alinea’s rond ‘toewijding’. 

Maar dit hangt, niet verwonderlijk,  met haken en ogen aan elkaar. Ik krijg mijn gedachten niet op papier en mijn toewijding is ver zoek. 

Daar gaat de telefoon van mijn man weer. Grrr. 

Zen blijven 😀.

Ik ben een country danser. Of tenminste, dat probeer ik althans :). 

Sinds augustus vorig jaar volg ik, samen met mijn man, les in het countrydansen. 

Ik wilde dat al jaren (sinds mijn tienerjaren draag ik cowboylaarzen) maar ‘het kwam er maar niet van’. Tot ik dus vorige zomer de beslissing nam om toch eens naar zo’n club te gaan kijken. 

Nu, ik kan je zeggen: het is niet simpel. Ieder stapje heeft een eigen naam en er wordt veel gegoocheld met ‘re-starts’ en ‘brugjes’. 

Voor je denkt dat ik hier dansles ga geven, blijf even hangen. Het leidt naar iets 😀.

Er is een bepaalde dans, de cowboy yoddle dance (ja, écht), die ik graag dans en dat was één van de eerste dansen die ik een beetje onder de knie kreeg. 

Mijn man komt thuis van zijn werk (ja, hij moest vandaag terug een dagje aan het werk). Ik zit achter mijn laptop te schrijven aan teksten voor een nieuwe website. En dan komt zijn vraag ‘wanneer eten we?’ Mijn antwoord ‘euh, als het wordt klaargemaakt…? Met mijn beste ‘puppy ogen blik’. Hij bijt en vraagt ‘wat heb je voorzien?’.  Antwoord: veganistische cannelloni met broccoli vulling. Hij: daar wil ik dan toch wat hulp bij. Ikke: ja maar, ik wil ook nog iets schrijven voor op facebook. Hij: ik wacht wel. Plan mislukt 😀.

Mocht het nog niet duidelijk zijn: ik hou niet van koken. Ik eet graag maar heel het ‘kiezen wat je gaat eten, boodschappen doen, eten klaarmaken’ gedoe is er voor mij teveel aan. Mocht er mij elke dag iemand een veganistische maaltijd komen afleveren dan ga ik daar graag voor. Het moet wel betaalbaar blijven hé voor iemand nu voorstelt om mijn persoonlijke kok te worden. 

Ik denk echter altijd dat ik wel ga koken (ik schreef er hier zelfs al over). Elke week maak ik een menu met bijpassend boodschappenlijstje en neem ik mij voor om alles keurig klaar te maken. Niet dus. 

Wie mijn artikel van vorige vrijdag heeft gelezen, weet dat ik een beetje veel last had van uitstelgedrag. 

Als je dat bij jezelf vaststelt, moet je je durven afvragen hoe dit komt. 

Hoewel ik als therapeut getraind ben in reflectie, gaat dit ook voor mij niet in 1 2 3 en blijft het ook voor mij oncomfortabel om het beestje recht in de ogen te kijken. Maar ondertussen heb ik de reden van mijn uitstelgedrag gevonden. Het heeft te maken met de druk die ik voel en die klaarblijkelijk in mijn systeem binnenkomt. Ik verklaar mij nader. 

Voor mij lijkt het nu alsof iedere psycholoog, therapeut of coach op de ‘corona-trein’ springt. Iedereen die ik online volg, lijkt nu iets te ontwikkelen om de mensen in deze omstandigheden te helpen. Een soort van online crisismanagement. 

Ik doe dit niet. En dan komen de vragen. ‘Doe ik hier wel juist aan?’, ‘Laat ik nu mensen in de steek?’, ‘Wordt dit nu niet van mij verwacht?’,… 

Corona heeft ook mij vastgezet. Vanaf vandaag gaat de praktijk voor een periode dicht. 

Gelukkig ben ik zelf niet ziek en word ik ook niet in quarantaine gezet omdat iemand van mijn gezin ziek is. Het is echter zo dat de meeste van mijn cliënten hun afspraak annuleren. En daar heb ik het volste begrip voor! Het is echter voor mij niet rendabel om open te blijven (en geen overbruggingsrecht aan te vragen) voor een paar cliënten per week. Voor de mensen die dit lezen en wel nog een afspraak hebben staan in de komende week of weken: ik zal iedereen persoonlijk contacteren. 

Ik blijf wel telefonisch en via mail bereikbaar. Op mijn blog (Psyfero), Facebook en Instagram blijf ik mijn tips en artikels delen. 

Maar er komt dus tijd vrij. Wat hiermee te doen? Ideeën genoeg. 

Ik hoor in deze dagen twee kanten. Langs de ene kant zijn er mensen die alleen maar oog hebben voor alles wat hen nu wordt afgepakt en die op zoek gaan naar zondebokken hiervoor.  Langs de andere kant hoor ik stemmen opgaan van diegenen die deze periode vooral zien als een kans tot bv. solidariteit of het ontdekken van nieuwe bezigheden. 

Maar wat ik vooral zie is hoe mensen hieromtrent in ruzie vallen op sociale media, elkaar verbaal aanvallen en gelijk willen hebben

Het antwoord op hoe deze verschillende visies ontstaan, vond ik, zoals vaak, in de filosofie. 

Zelf ben ik geen filosoof maar ik hou wel van geschiedenis en van filosofie. Ik breng hier dan ook mijn interpretatie hiervan. 

Als één van de grote filosofen hield Aristoteles zich bezig met de vraag naar geluk. Hoe kan de mens een gelukkig leven leiden en maximaal tot bloei komen? 

Volgens Aristoteles kun je op twee manieren leven: volgens het hedonisme of volgens het eudemonisme. 

Angsten. We hebben ze allemaal. Waar komen ze toch vandaan? Velen zullen zeggen ‘door je opvoeding’ of ‘het zit in je persoonlijkheid’. En hoewel dit allemaal wel waar is, zijn veel angsten ook voorgeprogrammeerd in ieder van ons. 

Angsten komen voornamelijk uit het reptielenbrein. Het reptielenbrein is het oudste en snelste deel van onze hersenen en is gericht op overleven. Dit stuk van het brein heeft als enige doel dat we ons voortplanten en zal pijn en moeite vermijden en kiezen voor gemak. 

Dit deel van het brein zorgt er voor dat we geen roekeloos gedrag stellen zoals wandelen op de autostrade. Maar het is ook de reden waarom we nu angsten hebben die niet meer zo nuttig zijn. 

Enkele voorbeelden. 

Voelen. Het lijkt een evidentie maar veel cliënten vragen mij ‘hoe doe je dat?’. 

Wat maakt dat dit voor velen een moeilijk iets is? 

Ten eerste omdat we het niet worden geleerd. We gaan jarenlang naar school maar nergens wordt een cursus ‘voelen’ gegeven. Doordat we het niet leren, weten we dus niet hoe het moet en zeker niet als je ook thuis niet werd opgevoed in een ‘voel-cultuur’.

Ten tweede, er zijn veel misverstanden rond voelen.

Een paar van die misverstanden zijn:

  • ‘Als ik bij dat gevoel stilsta dan gaat het mij overspoelen en geraak ik hier niet meer uit.’
  • ‘Aandacht geven aan een gevoel levert niets op.’
  • ‘Als ik er niet aan denk, zal het wel weggaan.’
  • ‘Het is niet normaal dat ik dit voel.’

Bovenstaande zaken kloppen dus niet. Ze maken het voelen alleen maar moeilijker. 

Op vrijdag schrijf ik een stukje over iets wat ik heb gehoord, gezien of gelezen in de loop van de week. Omdat ik afgelopen week op vakantie was op Terschelling,  viel mijn oog op iets wat ik anders niet had gezien. 

Ik koop geen tijdschriften. Vind ik een beetje zonde van het geld nu er zoveel online te vinden is en de meeste tijdschriften ook in de bib staan. Wanneer ik echter tijdschriften vind bij de kapper of in een tearoom dan blader ik er wel eens door. Zo ook op Terschelling. 

Als een echte koukleum had ik na een natte en winderige strandwandeling dringend nood aan wat opwarming. Op naar tosti en thee in het strandpaviljoen. En daar vond ik een, weliswaar enkele maanden oud, exemplaar van de Nederlandse Marie-Claire. Voor wie dit tijdschrift niet kent: op Wikipedia omschrijft men dit als het tijdschrift bedoeld voor modebewuste, jonge, zelfstandige vrouwen met een opleiding, een baan en een brede belangstelling. Ik laat het aan de lezer over om te beslissen of ik tot dit doelpubliek behoor of niet 😀.

In de kerstperiode liet ik mij, samen met een groep familieleden, opsluiten in een escaperoom. Dit leek mij heel tof om te doen en een echte uitdaging. Zouden we hier binnen het uur uitgeraken? En eindelijk gewoon stiekem ‘ben ik slim genoeg om de raadsels te doorzien’?

De drang om te presteren, om mezelf te bewijzen en om te slagen in deze opdracht was sterk aanwezig. Niet alleen de drang om mij te bewijzen tegenover mezelf  maar evenzeer tegenover mijn kinderen, mijn familie en zelfs tegenover de eigenaars van de escaperoom (ja, echt hé).

Ik botste al direct tegen mijn ‘onkunde’. Zonder de details van de escaperoom vrij te geven, want dat zouden die zaakvoerders niet appreciëren, moesten we een logische redering maken met schakelaars. Tja, iedereen die mij kent, zal beamen dat ik nu niet de meest logische mens ben. Maar de anderen van mijn familie blijkbaar ook niet😃. Dit werd mij een gesukkel! En we hadden meerdere tips nodig om dit te verwezenlijken (lees: ze hebben het ons eigenlijk bijna verteld hoe het moest of we zaten er nog). 

Suzanne Evans, een ondernemingscoach uit Amerika, zegt dat de beste manier om inspiratie op te doen en inhoud te verspreiden, is om zelf goed materiaal te consumeren. 

Nu kan je natuurlijk discussiëren over wat ‘goed’ materiaal is. Wat moet je lezen, welke programma’s moet je zien en welke podcasts moet je beluisteren? 

Ik supporter echter voor het idee ‘you do you’. Kijk, lees en luister naar de zaken waar jij blij van wordt. Leg wat je denkt dat er van jou wordt verwacht naast je neer. Zelf kijk ik nooit naar het nieuws en lees ik geen krant want daar word ik niet blij van. Weet ik dan sommige zaken niet die iedereen wel lijkt te weten? Ja. En dan? Kan ik dan over alles meepraten? Nee. En dan? Dat stoort mij niet. Omdat ik weet wat ik wel te bieden heb. En ik hou ook niet van ongefundeerde meningen. 

Maar soit, dit ter zijde want daar wou ik het eigenlijk niet over hebben. Ik wil het even hebben over wat mij inspireerde om deze post te schrijven. 

Ik kijk namelijk graag naar het programma ‘Ik vertrek’. En toen ik deze morgen met mijn ontbijt voor de tv zat (ja, ik weet het, geen gezonde gewoonte, maar wel een heerlijk rustig momentje voor mezelf) hoorde ik één van de deelnemers zeggen ‘het leven is een avontuur’. Heerlijk cliché natuurlijk maar het kwam wel binnen. Hoeveel onder ons zien het leven nog als een avontuur? 

In een vorige blogpost schreef ik dat cliënten vaak niet zeggen dat ze in therapie zijn omdat men zich schaamt om het niet alleen te kunnen. Je mag voor alles hulp vragen maar niet voor je emotioneel welzijn. Dat moet je alleen kunnen. Niemand leert jou iets over het brein of over gevoelens maar we moeten allemaal maar natuurtalenten zijn. Helaas, dat zijn we niet. 

Psychologie is een jonge wetenschap. We komen steeds meer en meer te weten over het mentaal functioneren van de mens. Waarom zou je dan, met jouw vragen en problemen, geen beroep mogen doen op iemand voor wie het zijn of haar werk is om zich daar in te verdiepen? Waarom zou je het allemaal zelf moeten uitzoeken? Dan doen we toch ook niet op andere gebieden?
Stel je even over. Op een bepaald moment in de geschiedenis werd het wiel uitgevonden. Een handige uitvinding die nog steeds wordt gebruikt. Dit is het gevolg van het feit dat deze uitvinding van generatie op generatie werd doorgegeven, verder verfijnd en allerlei toepassingen kreeg. Wat zou er zijn gebeurd als de uitvinders van het wiel deze kennis niet hadden doorgegeven? Als iedere generatie telkens opnieuw het wiel moest uitvinden? We zouden nu niet staan waar we staan.
Waarom doen we dit dan wel op mentaal gebied? We delen niet wat we emotioneel meemaken. Uit schaamte, uit de overtuiging dat we zwak zijn, omdat we denken dat anderen het wel alleen kunnen. Maar hoe kunnen we dan leren van elkaar? Hoe kunnen we de kennis van onze generatie (die heel andere noden heeft dan vorige generaties) dan doorgeven aan onze kinderen?
Vaak hoor ik van mijn cliënten ‘O, werkt dit zo? Dat wist ik helemaal niet.’ En dat vind ik dan zo jammer. We worden allemaal opgeleid om een beroep te kunnen uitoefenen. Maar onze voornaamste taak - mens zijn en gelukkig zijn - daar krijgen we geen kennis over. Wees niet bang om van elkaar te leren en wees ook niet bang om hulp te vragen. Anders zat ik dit nu niet te tikken op mijn laptop terwijl ik tegen de verwarming aan naar de regen kan kijken maar zat ik ergens onder een boom op een rauwe knol te kauwen want de meest handige tante ben ik niet :).

Onlangs zag ik in een nieuwsbrief het boek ‘Burn-out begint in de kleuterklas’ van Marcel Hendrickx. Ik heb het boek niet gelezen maar het handelt over hoe perfectionisme mensen doet opbranden en dat dit al op jonge leeftijd start. En gisteren dacht ik verschrikt ‘OMG dit klopt!’. 

Even verduidelijken. 

In het kader van aanvragen voor terugbetaling voor logopedie neem ik intelligentietesten af bij kinderen. Het bereik van deze testen gaat van de leeftijd van tweeënhalf tot zestien jaar. In de praktijk krijg ik vooral kleuters en kinderen van het eerste leerjaar over de vloer. Hetgeen logisch is want daar worden meestal de problemen voor het eerst gedetecteerd. 

Steeds meer en meer zie ik kinderen blokkeren bij de afname van deze testen. Een intelligentietest gaat van gemakkelijk vragen naar moeilijke vragen. Het doel is om de bepalen wanneer het kind het antwoord echt niet meer weet. Dit wil zeggen dat een kind, afhankelijk van de oefening, tot drie-, vier- of vijfmaal toe een verkeerd antwoord moeten geven of laten weten dat hij of zij het antwoord niet weet. Hoewel ik dit met handen en voeten uitleg en hen meerdere keren verzeker dat dit het doel is van de test en dat dit helemaal niet erg is, durven veel kinderen niet zeggen dat ze iets niet weten! 

Sommigen zitten mij aan te staren, anderen kijken heel geïnteresseerd naar het plafond of beginnen over iets te vertellen dat ze wel weten. Zelden klinkt er ‘ik weet het niet’ op een natuurlijke manier. Hoezeer zetten wij als maatschappij in op presteren als een kind van vier al niet meer durft zeggen iets niet te weten! 

Het wordt tijd dat we hier iets aan doen als we de opmars van burn-out en depressie wil tegenhouden.

Naar een therapeut gaan, is nog altijd een taboe onderwerp. Mensen schamen zich dat ze het niet alleen kunnen. De meesten vertellen hun omgeving ook niet dat ze in therapie zijn. 

Dit heeft vooral te maken met het misverstand dat er leeft rond therapie. 

Men denkt dat iemand een groot geestelijk probleem heeft als hij of zij in therapie is. En niets is minder waar. Therapeuten worden gezien als oplossers van mentale problemen. Therapeuten worden meestal niet gezien als experts in geestelijk en emotioneel welzijn. En dat zijn we wel. 

Als je muziek wil leren spelen, volg je les bij een muziekleerkracht. Als je een taal wil leren spreken, volg je een cursus. Er is niemand die daar raar van opkijkt of vindt dat je dat van nature moet kunnen. Maar naar wie ga je als je wil leren omgaan met je gevoelens? Als je mentaal veerkrachtiger wil worden? Als je minder vatbaar wil zijn voor stress? 

Als je surft zonder te weten wat je doet, ben je een speelbal van de golven. Als je adequaat leert surfen, word je meester van de golven. Als je niet weet hoe om te gaan met je emoties ben je een speelbal van externe factoren. Als je juist leert om te gaan met je geestelijk welzijn word je meester van je leven. 

Tussen een therapeut en een cliënt moet het ‘klikken’ wordt er gezegd. Maar wat is dat dan ‘klikken’?

Wat als je je therapeut niet leuk of aardig vindt? Moet je dan de therapie stoppen? 

Volgens mij niet. 

Een therapeut moet aan een aantal voorwaarden voldoen maar aardig zijn is daar niet één van. 

In een therapieproces is het heel belangrijk dat je je als cliënt veilig en gedragen voelt. Een therapeut dient daarvoor betrouwbaar, eerlijk en respectvol te zijn. 

Je moet als cliënt vertrouwen hebben in de kennis van de therapeut. In zijn of haar kunde om jou te helpen bij jouw pijn. In zijn of haar vaardigheden om jou te begeleiden in de weg van probleem naar oplossing. 

In dit proces is het nodig dat een therapeut eerlijk is. En eerlijk is niet altijd aardig. Confrontatie maakt deel uit van een therapieproces en op dat moment kan ik je verzekeren dat je je therapeut niet leuk vindt. Je kent echter ook wel het spreekwoord ‘zachte heelmeesters maken stinkende wonden’.

Een voorbeeld.