Maandagmorgen. Terwijl ik vanuit bed lig te luisteren naar mijn douchende zoon komt de ‘maandagblues’ opzetten. Je weet wel: je wordt langzaamaan wakker, beseft dat het maandag is en voelt een knoop in je maag. 

Veel mensen hebben last van de maandagblues. Zoek het maar eens op en je bent een paar uurtjes zoet met het lezen van artikels zoals ’14 tips om de maandagblues te verslaan’ en de vele afbeeldingen laten jou ongetwijfeld lachen van herkenning (ook een goed manier om de maandag te beginnen 😀).

 

Veelal wordt de maandagblues geassocieerd met een negatieve houding ten opzichte van je werk (niet de juiste job, een ongemakkelijke bedrijfscultuur, …).

Bij mij heeft het echter niets met mijn werk te maken. Wel met het feit dat de leden van mijn gezin, na twee dagen samen te zijn geweest, weer elk hun eigen kant op vliegen. Ik moet ze terug ‘lossen’ en daar heb ik het altijd wat moeilijk mee.

Gezien ik nu toch volop in dat gevoel zit, wil ik iets schrijven over hoe ik daarmee heb leren omgaan. 

Misschien heb jij er iets aan, mocht je ook dit gevoel ervaren.

Of misschien denk je nu ‘waarom hier nog iets over schrijven Vicky, je hebt net gezegd dat het internet vol staat met tips’.

Ja, dat klopt, maar ík heb er nog niets over geschreven 😀.

Je hoeft er nooit voor terug te schrikken om jouw eigen visie te delen ‘omdat er al zoveel bestaat’. Hoe meer mensen hun ervaringen delen, hoe meer kans dat iemand iets herkent en er iets mee kan. 

Geef jezelf toestemming om volledig authentiek jouw ding te doen. Maak jezelf hier geen zorgen in en stel jezelf hierin niet in vraag. Dat is de beste manier om van waarde te kunnen zijn voor een ander. 

 

Maar ik wijk af. De maandagblues dus.

Ik schreef het vorige vrijdag al kort in een FaceBook-bericht: #nood aan hersteltijd. 

Vorige week lanceerde ik de videotraining ‘Leer in vier stappen omgaan met je innerlijke criticus’. 

In deze videotraining was ook voorzien dat iedereen die mij zijn oefeningen terugstuurde, persoonlijk feedback zou krijgen. 

Gezien het de eerste keer is dat ik zoiets onderneem, had ik geen idee hoeveel mensen hun oefeningen zouden terugsturen. 

Ik kan je nu zeggen: er waren er heel wat! 

En daar ben ik ontzettend blij om. In de reacties kreeg ik ook te lezen dat de training heel waardevol en leerrijk was en dat men veel inzichten opdeed. 

Mijn hart kan hierom alleen maar een sprongetje maken 😀.

 

Maar nu merk ik wel dat ik, na dergelijke intensieve week (want eigenlijk had ik niet echt tijd ingepland voor deze feedback), even wat hersteltijd nodig heb. 

Dat wil zeggen: voldoende ontspanning deze week gezien dit er vorig week bij ingeschoten was. 

En dan komt de vraag naar boven (ja, ook bij mij): ‘mag dit wel?’ ‘Mag ik deze week wat minder uren werken?’.

 

Heb je al gehoord van het toneelstuk ‘Vicky gaat live’? 

Het speelt momenteel in mijn hoofd. Tickets, noch reservaties nodig: het draait dag en nacht zonder pauzes 😀.

Hoofdrolspelers: Reptielenbrein en Innerlijke Criticus.

 

Voor diegenen die nu begot niet weten waar ik het over heb. Een woordje uitleg.

 

Vrijdag heb ik op mijn FaceBook pagina aangekondigd dat ik in november een live webinar zal geven en dat ik ondertussen zal oefenen via FaceBook-lives. 

En natuurlijk heb ik hiermee mijn intern circuit geactiveerd. 

 

Ik schets jou even het toneelstuk dat momenteel schittert.

 

Fouten maken. De clichés hieromtrent zijn veelvuldig: ‘iedereen maakt fouten’, ‘niemand is perfect’, ‘van fouten maken kan je leren’, ….

We weten het allemaal en we vinden het allemaal juist. 

Maar wat voel je écht als je een fout hebt gemaakt? 

Er is immers een heel groot verschil tussen deze bovenstaande clichés denken en er daadwerkelijk ook van doordrongen zijn op gevoelsniveau. 

Ja, je kan prima denken dat je van fouten leert en dat fouten maken niet erg is en toch een stemmetje horen dat iets anders zegt.

Het stemmetje dat zegt dat je een stom kieken bent en dat je nooit iets goeds kan doen.

Of dat anderen jou dom vinden en een ‘raar gedacht’ over jou hebben nu. 

Het stemmetje dat jou, ondanks de mooie gedachten, toch doet slecht voelen.

 

Ik ken dat stemmetje, die innerlijke criticus, maar al te goed. 

Want, ik gooi er nog een cliché tegenaan, fouten maken is menselijk en ik ben een mens 😀.

Een voorbeeld? 

Ik werk al vijftien jaar als zelfstandige in mijn eigen praktijk waarvan tien jaar in hoofdberoep. 

Dat wil dus zeggen dat ik voordien een werknemer was. 

Ik werkte onder andere op de rechtbank als bemiddelaar in strafzaken en als slachtofferbejegenaar (mijn eerste job) en bij het Lokaal Gezondsheidsoverleg als preventiewerker. 

In de rechtbank had ik vooral te maken met procureurs en onderzoeksrechters. In het Lokaal Gezondsheidsoverleg werkte ik vooral met artsen. 

In beide jobs voelde ik mij niet comfortabel. Waarom? 

 

Omdat ik dacht dat ik minder was dan hen. 

Procureurs, onderzoeksrechters, artsen, dat waren voor mij allemaal figuren met heel veel gezag en prestige in de maatschappij. Dat waren voor mijn mensen die ‘het gemaakt hadden’. Mensen waar ik naar opkeek. 

En hoewel ik zelf ook een expert was in mijn vakgebied, voelde dit voor mij niet zo. 

Ik voelde mij minderwaardig. Ik maakte mij klein. 

Ik durfde deze mensen amper aankijken. Hen een vraag stellen of even met hen telefoneren was horror voor mij. 

Maar dat was wel wat mijn job van mij verlangde. Ik moest bij hen langsgaan, vragen stellen, dossiers opvolgen, vergaderingen met hen beleggen en hen eigenlijk ook advies geven. 

Je kan je voorstellen dat ik met een knoop in mijn maag naar mijn werk vertrok en dat ik mij het liefs verschool in mijn bureau achter mijn computer. Een mail versturen lukte nog net maar al de rest bezorgde mijn slapeloze nachten, tonnen stress en heel veel uitstelgedrag.

Ik deed dan ook mijn werk niet goed (tuurlijk niet!) waardoor ik nog eens kritiek kreeg van mijn werkgever, wat mij dan nog eens extra stress opleverde. 

In de rechtbank diende ik uiteindelijk mijn ontslag in en bij het Lokaal Gezondheidsoverleg werd ik gered door een reorganisatie.

Ik had het echter wel gehad met die mega-stress. 

Afgelopen week vroeg een cliënte mij “word jij het niet beu om mij verschillende keren hetzelfde te zeggen?”.

Mijn antwoord: “nee”.

En dat is geen empathisch antwoord waarbij ik in mijn binnenste denk ‘ja hoor, ik vind dat echt vervelend’. Het is een antwoord dat ik meen. 

Waarom? 

Omdat ik weet dat veranderen te maken heeft met een bewustwordingsproces. 

En een bewustwordingsproces dat gaat niet in één keer. Dat gaat in stapjes, kleine stapjes. 

Inzichten moeten doorsijpelen. Beetje per beetje. 

En daarvoor is het nodig dat ik dezelfde zaken dikwijls herhaal. 

 

Het gaat er niet om dat je alles weet, het gaat erom dat je alles ook in de praktijk brengt. 

Herhaling en actie zorgen ervoor dat je iedere keer iets dieper gaat in hetzelfde spoor. 

Vergelijk het met spoorvorming op een wegdek. Deze ontstaat ook niet door er één keer over te rijden. 

Zo is het ook in onze hersenen. Een neurologisch pad wordt getrokken door telkens dezelfde denkpiste en bijhorende acties te herhalen. 

 

De vraag van vandaag: laat jij jou beïnvloeden door anderen? 

 

Ja, ik weet het, ik stel moeilijke vragen (of dat krijg ik altijd te horen van mijn cliënten 😀). Maar dat is nu eenmaal mijn job. Jou laten nadenken over jouw patronen om hier, indien gewenst, iets aan te veranderen. 

Ik maak het echter ook wel weer wat gemakkelijker (krijg ik dan ook weer te horen van mijn cliënten) door er een persoonlijk verhaal en voorbeeld aan te koppelen. 

Zo wordt een abstracte vraag concreet en krijg jij handvaten om zelf op zoek te gaan in jouw eigen binnenkant. 

Dus om jou te helpen bij de vraag ‘laat jij jou beïnvloeden door anderen?’ wil ik jou het volgende vertellen. 

 

Ik ben aan het vervellen 😀. 

Nee, niet omdat ik ben verbrand. Maar aan het vervellen zoals een slang. 

Voor je denkt dat ik gek geworden ben, laat het mij even uitleggen. 

 

De voorbije week voelde ik dat er iets in mij niet juist zat maar ik kon er mijn vinger niet op leggen. Geen drama-toestand maar niet mijn beste week zeg maar. Ik voelde dat ik extra behoefte had aan rust en weinig prikkels kon verdragen. 

Toen ik er op zaterdag een gesprek over had, was dit het beeld dat bij mij opkwam. Het beeld dat paste bij mijn gevoel: ik ben aan het vervellen. 

 

Een artikel schrijven op FaceBook, een foto van mezelf plaatsen, een InstaStory maken, dit zijn allemaal zaken die ik nu vlot doe.

Een half jaar geleden was dit nog niet zo maar dat is vrij snel comfortabel geworden voor mij. 

Video’s opnemen blijft echter moeilijk. Ik heb het al een paar keer gedaan maar ik ben er geen fan van, zeg maar. Het blijft onwennig (natuurlijk omdat ik niet genoeg oefen) en ik weet me geen houding te geven op video. 

Een video opnemen ligt echt buiten mijn comfortzone en als gevolg stel ik het ook vaak uit. 

Maar ik wil wel groeien én groei ligt altijd buíten de comfortzone. 

Omdat ik hier best wel wat hulp kan gebruiken, heb ik mij aangemeld voor de video-challenge van videocoach Laura Elsman. 

 

Nu hoor ik jou misschien denken: ‘ja, Vicky, jij coacht nogal hé. Je hebt een businesscoach, een stylingscoach, je wordt geholpen door een virtuele assistente en nu nog een videocoach. Kan jij dan niets alleen?’. 

Het antwoord hierop is ja en nee 😀. 

 

In mijn nieuwsbrief van vorige week schreef ik over de druk die ik voelde door de nieuwe aanmeldingen op mijn mailinglijst. 

Iets in mij wou zich bewijzen zodat er geen afmeldingen zouden komen. 

En weet je wat? De eerste afmeldingen zijn een feit! 😀 

Hoe ga ik hier nu mee om? 

 

Er zijn verschillende manieren om hiermee om te gaan. 

 

Een eerste manier is kwaad zijn op mezelf. 

Ik kan tegen mezelf zeggen dat ik het fout heb gedaan. Dat ik iets anders had moeten schrijven. Dat ik had moeten zwijgen over hoe moeilijk ik het vond om het artikel van vorige week te schrijven. 

 

Een tweede manier is om mezelf waardeloos te vinden. 

Ik zou mezelf kunnen vertellen dat ik er niets van ken. Dat ik helemaal niet kan schrijven en dat deze afmeldingen bewijzen dat ik geen expert bent in mijn vak. Dat ik er beter mee zou stoppen. 

 

Om mijn gratis e-book ‘Laat jouw handrem maar los’ beter te verspreiden, liep er van half juli tot eind juli een Facebook advertentie. 

Dit was een succes waardoor de mensen die mijn nieuwsbrief ontvangen meer dan het dubbel is nu. 

 

De eerste maanden dat ik mijn nieuwsbrief schreef, schreef ik voor ‘bekend’ publiek. Vrienden, familie en huidige cliënten waren de eersten die op de mailinglijst intekenden (waarvoor bedankt!). Naarmate mijn publiek groeit, groeit ook mijn ‘onbekend’ publiek. Mensen die via bv. mijn e-book of een artikel op FB voor het eerst van mij horen. 

Dat zijn mensen die ik nog nooit heb gesproken en die mij niet kennen als persoon ‘op mijn geheel’. 

 

En daar wringt nu momenteel het schoentje 😀. Ik ben heel blij met de nieuwe aanmeldingen (welkom allemaal!!) maar ik vind het ook spannend. En ik voel heel duidelijk dat het mijn prestatiedrang triggert. 

Ik voel dat ik mijn waarde nu extra wil bewijzen en de nieuwsbrief die ik nu schrijf, komt er niet zo vlot uit zoals de voorbije weken. Het voelt weer even stroef als de eerste keer. 

Ik wik mijn woorden omdat ik natuurlijk graag zou hebben dat de nieuwe aanmeldingen niet direct weer afmelden.

 

Ongeveer een maand geleden schreef ik dat ik vanaf nu ongecensureerd zou zijn. 

Mij tonen zoals ik ben. Uit te komen voor mijn visie. Mij niet meer te verschuilen achter gemakkelijke of grappige antwoorden, niet meer na te denken hoe ik iets zou formuleren zodat ik de minste weerstand zou krijgen. 

 

Recentelijk kreeg ik een reactie dat ik téveel vertel. Dat ik téveel toon van mezelf. Dat ik mij té kwetsbaar opstel. 

Dat deed mij eerlijk gezegd even slikken. 

Ik vroeg mij af ‘klopt dit?’.

Deel ik teveel van mezelf? Toon ik mij teveel? Stel ik mezelf te kwetsbaar op? 

En automatisch dacht ik ‘wat denken andere lezers hiervan?’. 

De ‘stille’ lezers, de mensen die niet reageren (en als jij een stille lezer bent, voel je daardoor niet aangevallen hé, ik vind het helemaal prima hoor dat je leest en je laat inspireren maar niet reageert, dat doe ik voor 90% van wat ik lees ook 😀).

Die reactie zette mij echter aan het denken. En het zorgde voor een knoop in mijn maag. 

Moet ik dan terug naar de gesloten therapeut? Het blanco blad van wie men als cliënt in de heel strikte visies niet eens mag weten of hij of zij getrouwd is en wel of geen kinderen heeft. 

 

Ik geef al vijftien jaar voltijds therapie in mijn eigen praktijk. Het is echter nog maar sinds begin dit jaar dat ik zichtbaar ben op sociale media. 

Elke maandag schrijf ik mijn nieuwsbrief, elke woensdag deel ik een quote, op vrijdag schrijf ik een artikel en dinsdag en donderdag maak ik vaak een verhaal op FB en Instagram of er komt een filmpje of nog een artikel. 

 

De allereerste quote die ik deelde, is van Leonardo Da Vinci (hoe kan het anders 😀?). 

De quote luidt ‘One can have no smaller or greater mastery than mastery of oneself’.

Omdat ik in het begin nog wat schrik had voor die zichtbaarheid, deelde ik enkel de quote zonder verdere uitleg. Daarna schreef ik bij een gedeelde quote wat uitleg waarom dit voor mij een belangrijke quote is. En nu moet ik mij inhouden om bij elke quote geen volledig artikel te schrijven 😀. Weer een voorbeeld dat verandering stap voor stap gaat en dat je jezelf daarin de tijd mag geven, zonder iets te forceren. 

 

Omdat ik toen geen uitleg gaf bij deze quote van Da Vinci wil ik dat nu wel doen.

Vorige week schreef ik een artikel over mijn verlangen naar authentieke verbinding en mijn bekeringsdrang.

Zolang als ik mij kan herinneren, wil ik de wereld verbeteren. 

Ik ben altijd ‘op missie’, als het ware 😀.

Mijn focus op ‘echtheid’ en ‘verbinding met alles en iedereen’ is er altijd geweest. Het onderwerp en de manier waarop varieert naargelang de levensfase waar ik in zit. 

 

Toen ik kind was, wou ik alle dieren redden. Ik huilde uren omdat een vogeltje op het dak in de schouw terechtkwam en dus in onze kachel neerkwam. Als je kikkerbillen at in mijn gezelschap maakte ik een scene. En uiteraard wou ik dierenarts worden. 

 

Als jonge vrouw wou ik vooral bewijzen dat vrouwen evenwaardig zijn aan mannen. 

Ik deed dat echter ‘nogal mannelijk’ laat ons zeggen. Nu besef ik dat ik als vrouw net door middel van mijn vrouwelijkheid kan opkomen voor de rechten van de vrouw en juist niet door als vrouw ‘één van de mannen’  te zijn. 

 

Later werd ik politiek actief en zetelde ik in de gemeenteraad. 

Ook de fase van het minimalisme passeerde de revue. Tot grote ergernis van mijn man 😀.

En als psycholoog - psychotherapeut is het mijn missie om hulp te bieden aan gedreven vrouwen die het beu zijn om zichzelf in de weg te staan. 

 

Echte verbinding kunnen maken vanuit authenticiteit. 

Verbinding met jezelf, verbinding tussen jezelf en anderen maar ook tussen anderen onderling. 

Dat is mijn passie, mijn drijfveer.

Dat weet ik allang en ik weet ook hoe dit is ontstaan (dat is het voordeel van therapie volgen 😉). 

 

Maar het is ook mijn valkuil. 

Ik ben er oprecht van overtuigd dat dit de wereld en de mensheid zoveel kan opbrengen dat ik wil ‘bekeren’. Het missionaris-syndroom zeg maar. 

Ik kan niet begrijpen dat er mensen zijn (en dat zijn er helaas behoorlijk wat) die dit niet willen. 

Dat je niet weet hoe, dat begrijp ik (en ik kan het jou leren). 

Dat je niet durft, dat begrijp ik ook (en ook daarbij kan ik je helpen). 

Maar dat je niet wil? Nee, dat gaat er bij mij niet in.

Doordat ik dit niet begrijp, doe ik oprecht alle moeite om mensen hierbij te helpen (te bekeren dus) en dan word ik op mijn hart getrapt. Dan voel ik mij afgewezen. En stom. Dan word ik zelfs verweten met zaken bezig te zijn uit een sprookjeswereld. Niet realistisch. 

En dan word ik boos. Wil ik niets meer doen. Kan iedereen zijn plan trekken. 

Maar na een tijdje voel ik mij dan schuldig. Trekt mijn bekeringsdrang weer aan mij. Dan wil ik het opnieuw proberen en begint alles weer van voor af aan. 

 

En zo ontstaat mijn patroon. En word ik telkens gekwetst en kom ik geen stap verder. 

En zo werkt het bij iedereen. Iedereen heeft een drijfveer (of je het nu weet of niet). Door die drijfveer heeft iedereen een valkuil en zit men dus vast in een patroon. 

 

Hoe kan je dit veranderen? 

 

Op 23 juni nam ik deel aan het Feminine Leadership Event van Suzanne Beukema. 

Misschien heb je de foto’s gezien op mijn Instagram-account (indien niet, je kan mij onder de naam Psyfero ook volgen via dit kanaal voor de nodige inspiratie). 

Vandaag wil ik, zoals toen gezegd, mijn belangrijkste inzicht hiervan delen. 

Dit is met name de volgende quote:

“If you don’t own your shadows, they will own you”. 

Een woordje uitleg.

 

Twintig jaar lang wou ik naar New-York. 

Het is een stad waar ik veel over heb gelezen, documentaires over heb gezien en zelfs een puzzel van heb gemaakt 😀.

Wat je ziet op de foto bij dit artikel, is het achtergrondscherm dat al een hele tijd op mijn gsm staat. Het is de skyline van New-York waarop ik zelf heb geschreven ‘I will make it’. 

Daarmee drukte ik mijn verlangen uit om naar New-York te gaan. 

Er ging een enorme aantrekkingskracht uit van deze stad op mij.

Ik had echter geen idee waarom. 

De stad sprak mij enorm aan. En de idee om vanuit het vliegtuig het vrijheidsbeeld te zien, ontroerde mij telkens opnieuw. 

 

Om mijn website en Facebookadvertenties te optimaliseren heb ik foto’s nodig. 

Professionele foto’s met een mooie styling en make-up. 

Foto’s die ik dus niet heb.

En hoewel mijn reptielenbrein roept ‘ik ga echt niet voor een camera staan’ en ‘ik plak niet op foto’, moet ik toegeven dat ik dit nu wel overweeg. 

 

Enkel en alleen voor de praktijk? Ja en nee. 

Ja, omdat ik meer zichtbaar wil zijn en dat graag op een goede manier wil doen. 

Nee, omdat het ook gaat om een stap in mijn persoonlijk groeiproces.

 

Onlangs zat ik naar de show ‘Relatable’ van Ellen DeGeneres te kijken. 

Daarin vertelt ze over het moment waarop ze haar eerste eigen komische stukje schreef. 

Ze woonde toen in een kelder waar je nauwelijks kon recht staan en sliep op een matras op de grond tussen de vlooien. 

Het stukje gaat over een telefoongesprek met God (benieuwd? zoek even naar ‘Phone call to God’).

Op dat moment beseft ze wat ze wil doen in haar leven en ze belooft zichzelf als eerste vrouwelijke stand-up comedian in de geschiedenis naast Johnny Carson (één van de meest populaire tv-sterren) te zitten in ‘The Tonight Show’ (een kijkcijferkanon).

Zes jaar later zit ze er!

 

Het zoveelste voorbeeld van de Amerikaanse droom? 

Voor ons, kleine Belgen, niet realistisch? 

‘Doe maar normaal, dan doe je al gek genoeg’? 

‘Blijf maar met jouw voetjes op de grond’? 

Ook grootgebracht binnen deze mentaliteit? 

 

‘Wees dankbaar voor wat je hebt’. Ik heb het vaak gehoord van mijn ouders. En jij waarschijnlijk ook. 

En hoewel ik het haatte toen ze dat zeiden tegen mij, betrap ik mezelf erop dat ik het nu ook zeg tegen mijn zonen. En zij haten het evenzeer als ik toen 😀.

Maar ik weet dat mijn zonen dit later ook zullen zeggen. 

Het is iets, zoals zoveel zaken, dat we overnemen van onze ouders. 

Maar waarom zeggen we het?  Het is een wijze les maar waarom? 

 

Vorige zomer was ik met mijn gezin op reis in Frankrijk (yep, als je niet meer op reis kan dan begin je te mijmeren over voorbije reizen). 

 We gingen toen ook naar de haven van Larros, een plaats gekend voor zijn oesters.

We bezochten het mooie oestermuseum en er waren ook allerlei restaurantjes die degustatiemenu’s aanboden van soorten oesters in combinatie met verschillende wijnsoorten. 

 Zowel mijn man als mijn twee zonen bestelden een dergelijk degustatiemenu.

Omdat ik een aantal jaar geleden besliste om veganistisch te gaan eten (geen dierlijk producten meer), eet ik geen oesters meer. Hoewel ik graag oesters eet. Het is niet omdat je beslist iets niet meer te eten dat je dit ook plots niet meer lust. 

Er stond echter niets anders op de kaart!

En ik had honger! En die oesters zagen er zo smakelijk uit (ik weet het, er zijn personen die dit nu lezen en  ‘smakelijk’ en ‘oester’ niet in dezelfde zin kunnen zien 😀 maar hé, ik wel) en mijn mannen wilden persé de oesters proeven (wat ik dus begreep).

Gelukkig hebben de Fransen de gewoonte om brood en water op tafel te zetten en dus werd ik letterlijk op water en brood gezet!

Nu kon ik twee zaken doen: ofwel mijn principe aan de kant zetten en ‘voor deze ene keer’ toch oesters eten of mij aan mijn beslissing houden en droog brood eten. 

Ik koos voor het laatste. Maar ik kan jou verzekeren: ik heb strijd moeten leveren met mijn eigen hoofd. 

 

Vijftien jaar geleden ontving ik mijn eerste cliënt. En, geloof me, jouw eerste lief vergeet je nooit maar jouw eerste cliënt ook niet 😀. 

Vijftien jaar lang heb ik aan de weg getimmerd. En dat heb ik grotendeels alleen gedaan. 

Kon ik dan geen hulp krijgen? Jawel. Samenwerkingsverbanden werden mij voorgesteld en mensen lanceerden goede ideeën. Maar ik wou het alleen doen! Ikke doen, weet je wel 😉.

Het o zo goed willen doen. Op elk vlak. Niet plooien. Alle ballen in de lucht willen houden. 

Perfect willen zijn. En koppig zijn. En radicaal zijn. 

Heb ik daar uiteindelijk de tol voor betaald? Ja, absoluut!

 

Ik hou van puzzelen. 

Ieder stukje dat past, geeft mij een gevoel van voldoening. ‘Yes, weer eentje gevonden’. 

Soms voel ik ook verwondering omdat een stukje ergens past waar ik het niet had verwacht. 

En soms frustreer ik mij. Als ik een half uur op de puzzel zit te kijken maar niets vind. Dan moet ik even iets anders doen. Even afstand nemen. Als ik dan na een tijdje terug naar de puzzel kom, dan zie ik weer een paar stukjes. 

Soms komt dat ‘zien’ ook ineens. Dan kan ik tien stukjes na elkaar leggen. 

En als de puzzel af is, doe ik een vreugdedansje en kijk ik vol trots naar mijn werk. 

 

Maar wat is een puzzel eigenlijk? 

Een puzzel is een verzameling losse stukjes die een geheel vormen. Alleen moet je zelf uitvinden hoe de stukjes dit geheel vormen. Er komt geen handleiding bij. Maar dit zelf uitvinden, is nu net wel het plezier van het puzzelen. 

Orde scheppen in de chaos. Mijn favoriete bezigheid 😀 .

Terwijl ik dit schrijf, zit ik bij een open raam want ik hou van de wind. Weliswaar onder een deken, want ik hou van de wind maar niet van het gevoel koud te hebben 😀. 

Ik hou niet alleen van het geluid van de wind maar ook van het gevoel. In zo’n weer ga ik graag wandelen. En aan zee zijn terwijl het waait, vind ik fantastisch. 

Waarom? Geen idee. 

Misschien denk je nu aan zaken zoals ‘eens lekker uitwaaien’ of ‘je hoofd leegmaken’.

Maar voor mij voelt het als iets meer. Iets diepers, als het ware. Alsof ik, als het waait, heel duidelijk voel dat ik verbonden ben met het universum. 

Klinkt dat zweverig voor jou? Of herken je dit? 

Dat je op bepaalde momenten zo’n onderbuik-gevoel hebt waardoor je iets gewoonweg weet. Een weten waar geen woorden aan te geven zijn. Geen verklaring. Je voelt gewoon dat dit zo is. 

Groeien als persoon. Innerlijke groei. 

Het zijn veel gebruikte woorden. Maar het zijn holle woorden als je niet weet hoe dit te doen. 

Letterlijk groeien gaat vanzelf. Daar hoeven we niet bij stil te staan. Niemand heeft ooit in zijn leven gedacht ‘vandaag ga ik eens 5 cm groeien’ (misschien hebben sommigen het wel gewenst 😀).

Letterlijke groei kan je ook niet tegenhouden. Iedereen heeft wel eens een boom gezien die zich in een hele rare bocht heeft gewrongen om toch maar door te kunnen groeien. 

Maar innerlijk groeien? Hoe doe je dat? Gaat dit ook vanzelf? 

Innerlijk groeien gaat niet vanzelf. In tegenstelling tot letterlijk groeien moet je daar wel zelf aan werken. 

Hoe dan? Door uit jouw comfortzone te komen.

Nu vervang ik het ene holle woord door het andere natuurlijk. 'Innerlijke groeien doe je door uit jouw comfortzone te komen’. Het is een mooie slogan maar het zegt nog altijd niets. 

Ik leg het verder uit. 

Op vrijdagavond kijk ik naar Temptation Island. 

Het sensatiegehalte van dergelijke programma’s moet hoog zijn (dat is ook de reden waarom we kijken toch?) dus ik erger mij meestal niet aan wat er gebeurt. Ik stel er mij ook geen kritische vragen bij maar laat het gewoon over mij heen komen. Anders hoef ik niet te kijken toch? 

Maar nu was er vorige vrijdag toch iets waar ik iets over wil zeggen. 

Ik zet mij aan de livingtafel met als doel een artikel te schrijven. Het wordt een artikel over ‘toewijding’. 

Mijn jongste zoon zit schuin tegenover mij aan de livingtafel.  Hij is zijn schema aan het opstellen voor deze pre-teaching week.  Achter de livingtafel zit mijn man aan mijn bureau (yep, ik heb het moeten afstaan 😀) te werken. 

Mijn zoon praat over zijn opdrachten. Mijn man is aan het videobellen met zijn collega. En mijn oudste zoon komt naar beneden om zijn wiskunde hoofdstuk af te printen. 

Wat een kakofonie! 

Terwijl ik op vragen van mijn zoon antwoord, het gesprek van mijn man opvang en het rare gereutel van de printer hoor (er is precies iets mis mee, straks gaat dat ding nog kapot, schiet er door mijn hoofd) schrijf ik een aantal alinea’s rond ‘toewijding’. 

Maar dit hangt, niet verwonderlijk,  met haken en ogen aan elkaar. Ik krijg mijn gedachten niet op papier en mijn toewijding is ver zoek. 

Daar gaat de telefoon van mijn man weer. Grrr. 

Zen blijven 😀.

Ik ben een country danser. Of tenminste, dat probeer ik althans :). 

Sinds augustus vorig jaar volg ik, samen met mijn man, les in het countrydansen. 

Ik wilde dat al jaren (sinds mijn tienerjaren draag ik cowboylaarzen) maar ‘het kwam er maar niet van’. Tot ik dus vorige zomer de beslissing nam om toch eens naar zo’n club te gaan kijken. 

Nu, ik kan je zeggen: het is niet simpel. Ieder stapje heeft een eigen naam en er wordt veel gegoocheld met ‘re-starts’ en ‘brugjes’. 

Voor je denkt dat ik hier dansles ga geven, blijf even hangen. Het leidt naar iets 😀.

Er is een bepaalde dans, de cowboy yoddle dance (ja, écht), die ik graag dans en dat was één van de eerste dansen die ik een beetje onder de knie kreeg. 

Mijn man komt thuis van zijn werk (ja, hij moest vandaag terug een dagje aan het werk). Ik zit achter mijn laptop te schrijven aan teksten voor een nieuwe website. En dan komt zijn vraag ‘wanneer eten we?’ Mijn antwoord ‘euh, als het wordt klaargemaakt…? Met mijn beste ‘puppy ogen blik’. Hij bijt en vraagt ‘wat heb je voorzien?’.  Antwoord: veganistische cannelloni met broccoli vulling. Hij: daar wil ik dan toch wat hulp bij. Ikke: ja maar, ik wil ook nog iets schrijven voor op facebook. Hij: ik wacht wel. Plan mislukt 😀.

Mocht het nog niet duidelijk zijn: ik hou niet van koken. Ik eet graag maar heel het ‘kiezen wat je gaat eten, boodschappen doen, eten klaarmaken’ gedoe is er voor mij teveel aan. Mocht er mij elke dag iemand een veganistische maaltijd komen afleveren dan ga ik daar graag voor. Het moet wel betaalbaar blijven hé voor iemand nu voorstelt om mijn persoonlijke kok te worden. 

Ik denk echter altijd dat ik wel ga koken (ik schreef er hier zelfs al over). Elke week maak ik een menu met bijpassend boodschappenlijstje en neem ik mij voor om alles keurig klaar te maken. Niet dus. 

Wie mijn artikel van vorige vrijdag heeft gelezen, weet dat ik een beetje veel last had van uitstelgedrag. 

Als je dat bij jezelf vaststelt, moet je je durven afvragen hoe dit komt. 

Hoewel ik als therapeut getraind ben in reflectie, gaat dit ook voor mij niet in 1 2 3 en blijft het ook voor mij oncomfortabel om het beestje recht in de ogen te kijken. Maar ondertussen heb ik de reden van mijn uitstelgedrag gevonden. Het heeft te maken met de druk die ik voel en die klaarblijkelijk in mijn systeem binnenkomt. Ik verklaar mij nader. 

Voor mij lijkt het nu alsof iedere psycholoog, therapeut of coach op de ‘corona-trein’ springt. Iedereen die ik online volg, lijkt nu iets te ontwikkelen om de mensen in deze omstandigheden te helpen. Een soort van online crisismanagement. 

Ik doe dit niet. En dan komen de vragen. ‘Doe ik hier wel juist aan?’, ‘Laat ik nu mensen in de steek?’, ‘Wordt dit nu niet van mij verwacht?’,…